Bij het helpen, verzorgen en verplaatsen van cliënten in je werk heb je veel baat bij je voelend vermogen. Naarmate je je er meer bewust van wordt en het ontwikkelt, zul je steeds beter aanvoelen wat een situatie van je vraagt.

Haptonomie

Haptonomie gaat over voelen

Voelen is ons eerst ontwikkelde vermogen als mens. Het belangrijkste zintuig dat we hierbij gebruiken is ons tastzintuig. Het is ons grootste zintuig en het is heel belangrijk voor ons welbevinden en ons overleven. We kunnen daardoor voelen dat de kachel heet is en dat we kiespijn hebben, waardoor we naar de tandarts gaan. We kunnen voelen dat we honger of dorst hebben, dat we het koud hebben en een jas nodig hebben. Op een ander niveau kunnen we voelen dat we boos zijn, bang, blij of bedroefd. Ons tastzintuig geeft de informatie die we nodig hebben om goed voor onszelf te zorgen.
Frans Veldman heeft van de Haptonomie zijn levenswerk gemaakt. Er zit het woord hapsis in, wat tast betekent en het woord nomos, wat wetmatigheid betekent. Dit wil zeggen dat hij dingen ontdekte over de tast, die voor veel mensen op dezelfde manier werken. Veldman noemt dit de ‘fenomenen van de tast’. Van hieruit zijn ervaringsoefeningen ontwikkeld om ons voelend vermogen beter te leren kennen en verder te ontwikkelen.

Haptonomie gaat over ontmoeten

De tast geeft je informatie over jezelf, maar ook over je omgeving. Je hebt als mens het vermogen om je tast uit te breiden. Je zou kunnen zeggen dat je voelsprieten hebt die je op de omgeving kunt richten om te voelen wat daar gebeurt. Je kunt bijvoorbeeld door je fietsbanden heen voelen hoe de weg is. Je kunt als je een ruimte binnen komt aanvoelen hoe de sfeer is.
Je kunt je ook voelend verbinden met een ander mens. Dat kennen we allemaal. Als twee mensen samen dansen kun je zien of ze elkaar aanvoelen of niet. Als ze in hun hoofd met de volgorde van de passen bezig zijn, dan voelen ze elkaar minder en staan ze voor ze het weten op elkaars tenen.

Gevoelsmatige wisselwerking

In het contact tussen jou en de ander gaat er voortdurend tast-informatie heen en weer. Of je elkaar nu aanraakt of niet, je raakt elkaar. Er is een gevoelsmatige wisselwerking. Je kunt je meer en meer bewust worden van wat er in deze wisselwerking gebeurt. Wat het contact jou doet en wat jouw aanwezigheid de ander doet.
Bij het helpen, verzorgen en verplaatsen van cliënten in je werk heb je veel baat bij je voelend vermogen. Naarmate je je er meer bewust van wordt en het ontwikkelt, zul je steeds beter aanvoelen wat een situatie van je vraagt. Je voelt dan wat de ander nodig heeft en hoe jij hier het beste op kunt reageren. Je zult ook voelen wat jij nodig hebt en wat je grenzen zijn. Bijvoorbeeld wanneer het contact je geen goed doet of wanneer een verplaatsing te zwaar is. Als je voelt wat iets of iemand je doet, kun je ook van binnenuit met overtuiging JA of NEE zeggen.